Alles over sport logo

Open sportpark voor een gezonde leefomgeving

Sportparken zijn traditioneel gezien afgesloten met een omheining en worden alleen gebruikt door sportverenigingen. Met de komst van de Omgevingswet gaan gemeenten anders kijken naar de functie van sportparken. Het Open Sportpark is in opkomst. Voor meer inzicht in dit concept gingen we in gesprek met Rens van Kleij, Thecla van Dijk en Wouter Stuive van ontwerp- en adviesbureau Sport & Ruimte.

Op de meeste sportparken vinden weinig andere activiteiten plaats, dan verenigingssport. En op bepaalde tijden wordt het park dus weinig gebruikt. Twee trends maken dat dit langzaam verandert. Ten eerste de toenemende druk op de publieke ruimte. En ten tweede de komst van de Omgevingswet, waar een gezondheidsbevorderende leefomgeving centraal staat.

Gemeenten worden aan het denken gezet over de functie, maar ook vooral het toekomstperspectief van het sportpark. Het Open Sportpark is niet voor niets een speerpunt in het deelakkoord Duurzame sportinfrastructuur van het Sportakkoord.

Maatschappelijke waarde van sportparken

Met de komst van de Omgevingswet zijn het de gemeenten die sturing geven aan de leefomgeving van de toekomst. De gemeente beslist hoe zij de openbare ruimte inrichten en gebruiken. De druk op de ruimte in steden én de maatschappelijke uitdagingen voor gemeenten – zoals de klimaatopgave – maken sportparken tot interessante plekken. Sportparken hebben veel ruimte waar diverse functies een plek kunnen krijgen. En waar omringende wijken de vruchten van kunnen plukken. Sportparken zullen in de toekomst dus breder worden ingezet, als (kostbare) openbare ruimte waar naast sport ook plek is voor andere maatschappelijke doelen.

De cijfers
In 2019 had 50% van de gemeenten al een vrij toegankelijk en niet omheind sportpark. Maar 44% van de gemeenten heeft alle sportparken nog afgesloten. Dat blijkt uit recente peilingen van de VSG en het Mulier Instituut. Steeds meer gemeenten (40%) zijn echter van plan om hun sportparken open te stellen voor inwoners.

Duidelijkheid over het begrip ‘open’ sportpark

Er zijn verschillende termen voor de maatschappelijke kant van sportverenigingen en sportparken.
Als een vereniging een ontmoetingsplek wil maken van hun club en zich openstelt voor omwonenden en andere bezoekers voor sport en andere activiteiten, spreek je van een ‘open club’.

Bij ‘open sportparken’ stelle clubs het sportpark ook fysiek open voor maatschappelijke functies. Het sportpark integreert zich in de openbare ruimte en infrastructuur. Een andere term voor het open sportpark is een ‘vitaal sportpark’.

Vijf kenmerken van een vitaal sportpark

Een vitaal sportpark is een concept dat inspeelt op toekomstige ontwikkelingen en voldoet aan de volgende vijf hoofdkenmerken:

  1. Functiemenging: het sportpark wordt ook gebruikt voor andere doelen dan sport. Denk aan kinderopvang, buurthuis, bibliotheek, of een fysiopraktijk. Het resultaat: een park waarbij wonen, werken, onderwijs, zorg, sport en dienstverlening naast elkaar mogelijk zijn.
  2. Ruimtelijke integratie: het sportpark wordt via actieve verkeersroutes, groen en recreatie structuren verbonden met de openbare ruimte. Het sportpark is zo een ontmoetingsplek of startpunt van verschillende sporten.
  3. Goede benutting: de sportparken worden zowel maatschappelijk, als sportief goed benut door verschillende doelgroepen. Overdag wordt een clubhuis bijvoorbeeld gebruikt als ontmoetingsplek voor ouderen en/of als onderwijslocatie. Waar de atletiekbaan of sportvelden doordeweeks gebruikt worden door scholen, vinden er in het weekend evenementen plaats. Dit draagt dit positief bij aan de bezetting overdag en ‘s avonds.
  4. Openheid: het sportpark moet open zijn voor iedereen. Fiets- en wandelroutes lopen door het park en er zijn sportvelden die iedereen kan gebruiken. Natuurlijk is er toezicht nodig en zijn op sommige plekken nog hekken nodig.
  5. Bestuurlijk vitaal: naast de ruimtelijke inrichting is het belangrijk dat zowel het activiteitenaanbod als het draagvlak voor vrijwilligers op orde zijn. [1]

Verschillende soorten en maten van ‘openheid’

Een aantal sportparken is afgesloten met een hek en alleen bedoeld voor de verenigingen. Rens van Kleij en Thecla van Dijk zijn erover eens dat het ook anders kan: “Door sport meer te vervlechten met de buitenruimte, zorg je ervoor dat sport en recreatie voor iedereen dichtbij huis zijn. En dat het sportpark zelf meer een ontmoetingsplek wordt.” Veel mensen denken een ‘open sportpark’ geen hekken mag hebben, maar dat is niet waar volgens van Kleij. Hierbij geeft hij aan dat we de we vier gradaties van fysieke openheid kennen:

  • Gesloten maar ruimtelijk vervlochten: de ruimtelijke structuur van het sportpark wordt vervlochten met de omgeving. Het sportpark zelf heeft geen hek, er lopen verschillende fietspaden, wandelpaden en hardlooproutes door het sportpark heen.
  • Sportpark met open plekken: de accommodaties op het sportpark zijn gesloten. Maar om bijvoorbeeld jongeren in de buurt toch een plek te geven om samen te voetballen, is er een open veldje dat zij kunnen gebruiken.
  • Open maar functioneel gescheiden: er staan geen grote hekken om het sportpark of de accommodaties. De hekken die er staan hebben een functie. Verder zijn de velden afgebakend door natuurlijke hagen, wateren of bomen. Zo ziet het er niet gesloten uit, maar worden de verschillende velden en accommodaties toch gescheiden.
  • Parken om te sporten: sport wordt vermengd in ‘reguliere’ openbare parken. Ideaal om voor iedereen sportmogelijkheden dichtbij huis te realiseren. Deze visie ligt ook in lijn met de Omgevingswet. De openbare ruimte is dan een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving.

Praktijkvoorbeeld
Dit artikel over het Bijlmer Sportpark geeft een inkijkje in hoe dit sportpark een transitie ondergaat van gesloten naar open, om de ambitie te realiseren van een centrale ‘sportrol’ in Amsterdam Zuidoost.

De sportparken van de toekomst

Een open sportpark biedt veel perspectief uit economisch en maatschappelijk oogpunt. Van Kleij licht dit toe. “Door sportparken meer open te zetten neemt de sociale cohesie op het park en in de omringende buurt toe. Het park wordt vooral overdag levendiger door meer activiteiten. Verenigingen kunnen hier de vruchten van plukken. Het park kan een startpunt zijn voor sportgroepen zoals hardlopers. Ook kan het een ontmoetingsplek zijn voor ouderen en een onderwijslocatie, omdat je diverse ruimtes kunt inzetten als leslokaal.”

Voor maatschappelijke uitdagingen zoals klimaat en gezondheid is een sportpark interessant. Van Kleij: “Het kan een plek zijn voor waterberging, door bijvoorbeeld ruime waterlijsten aan te brengen. Of een groene oase die verkoeling brengt in een stenige omgeving. Daarnaast kan het sportpark de functie hebben van een laagdrempelig wandelpark voor ouderen en een openbare fitnessruimte voor jongeren.”

In het kader van de Omgevingswet zou elke gemeente de kostbare ruimte van het sportpark eens tegen het licht moeten houden van hun maatschappelijke uitdagingen. En de mogelijkheden die een sportpark heeft, moeten omzetten naar ambities en doelen in de Omgevingsvisie als richtinggevend instrument van de Omgevingswet.

Nadelen van open sportparken?

Naast de voordelen van een open sportpark, kunnen we ook enkele nadelen noemen. Open sportparken vergen meer toezicht om vandalisme te voorkomen. Ook is een flexibel exploitatiemodel nodig, iets wat nu maar 11% van de sportparken heeft. Daarnaast moet de gemeente nadenken over een exploitatiemodel voor andere economische activiteiten in de sportparken, zoals werkplekken en kinderopvang (Nationaal Sportakkoord).

Sportaccommodaties in de leefomgeving

Goed integraal (ruimtelijk) gemeentelijk beleid denkt na over de optimale inbedding van sportaccommodaties in de leefomgeving. Met als meest logische oplossing: een team dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Denk daarbij meteen ook aan de vraag wat – naast sport- en speelvoorzieningen – nog meer gezondheidsbevorderend werkt bij de inrichting van de leefomgeving.

Van Dijk licht toe: “De maatschappij zit in een transitie waarbij de traditionele sportparken niet meer passend zijn. Bedenk bij het inrichten van een nieuwe wijk dus eerst hoe je sport en bewegen hierin kunt verweven. Zodat inwoners dichtbij huis kunnen sporten en bewegen. Voor een leefbare wijk is voldoende sport- en beweegaanbod onmisbaar.”

Voorbeeldproject Landgoed Adrichem

Landgoed Adrichem is een sportpark in Beverwijk met een parkachtig landschap er omheen. Jarenlang waren er plannen voor de aanleg van een vierde hockeyveld in het recreatieve park. Maar dat plan stuitte op weerstand van inwoners.

In plaats van het vraagstuk te benaderen vanuit ruimte voor sport, stelde de gemeente de gezonde leefomgeving centraal. Naast dat het een sportief vraagstuk is, zijn er immers ook andere aspecten van een gezonde leefomgeving belangrijk. Aspecten als natuur, recreatie en waterbeheer. Deze combinatie vroeg om een integrale benadering van het vraagstuk.

Dat uitgangspunt was de basis van een vernieuwend en toekomstbestendig – maar realistisch – plan. In dat plan krijgt de hockeyvereniging een nieuwe locatie (zowel velden als clubgebouw) en is er meer ruimte voor groen, recreatie en ontspanning. Ook zijn de ruimtes tussen de velden niet alleen bedoeld om van het ene naar het andere veld te gaan, maar ook als mogelijkheid om te sporten en te bewegen.

Overzicht Open Sportpark Landgoed Andrichem
Foto: Sport & Ruimte

Weerstand bij verenigingen overwinnen

Verenigingen kunnen weerstand hebben bij het realiseren van een open sportpark. Volgens van Kleij zijn veel verenigingen nog (te) traditioneel ingesteld. Om die weerstand weg te nemen moet je een win-win situatie creëren, legt hij uit. “Een gemeente kan een vereniging bijvoorbeeld meer ruimte bieden. In ruil daarvoor wordt het sportpark ook opengesteld voor buitenschoolse activiteiten. Voor een succesvol open sportpark moeten sportverenigingen en besturen bereid te zijn hun vaste structuren los te laten.”

Ook moeten de verschillende verenigingen op een park, de zorg, de gemeente en andere betrokken partijen goed samenwerken.

Weerstand bij omwonenden overwinnen

Ook omwonenden en gebruikers kunnen weerstand hebben bij een uitbreiding of het realiseren van een open sportpark. “Daarom is het belangrijk om bewoners goed te betrekken bij het proces”, legt Van Dijk uit. “Laat de bewoners, maatschappelijke partijen, buurthuizen, scholen en andere belanghebbende meedenken! Wat willen zij terug zien in een sportpark? Waar heeft de buurt behoefte aan? Hoe denken zij hier aan bij te kunnen dragen? Als zij direct meedenken, wordt het een park waar iedereen achter staat. Participatie met bewoners is cruciaal voor het welslagen van een project.”

Weerstand binnen gemeente overwinnen

Een ander knelpunt kan ontstaan vanuit de gemeenten. “We zien nog steeds dat herinrichtingsvraagstukken van sportparken ingestoken worden vanuit sport. Maar bij het realiseren van een open sportpark gaat het vaak om een vraagstuk met meerdere belangen en meerdere doelen. Daarom is het belangrijk om zo’n vraagstuk integraal in te steken en de gezonde leefomgeving centraal stellen”.

Stuive is van mening dat ontwerpers en bestuurders de waarde van sport en bewegen meer op hun netvlies zouden moeten hebben. “Bij het ontwerp van een nieuwe wijk, kun je al een netwerk voor sport en bewegen ontwikkelen. Wanneer de wijk groeit, groeit de vraag naar sport- en beweegmogelijkheden ook. Het is noodzakelijk hier eerder op in te springen.” De Omgevingswet biedt mogelijkheden. Door in een Omgevingsvisie richting te kiezen voor (meer) sport- en beweegmogelijkheden in bestaande- en nieuw te ontwikkelen wijken, kun je met een programma uitvoering geven aan ambities en doelstellingen van een Omgevingsvisie.

Meer lezen over open sportparken?

Dit artikel is ook getoond op Allesoversport.nl
Beleid
Openbare ruimte
professional
feiten en cijfers
accommodatiebeleid, beweegvriendelijke omgeving